Bouw je via je werk weinig of geen pensioen op, dan biedt de Belastingdienst een fiscale tegemoetkoming: jaarruimte. Daarmee mag je zelf pensioen opbouwen en die inleg aftrekken van je belastbaar inkomen. Maar er zitten voorwaarden aan, en de belangrijkste wordt vaak over het hoofd gezien.
De voorwaarde die iedereen vergeet: je moet een pensioentekort hebben
Volgens de Belastingdienst mag je lijfrentepremie aftrekken alleen als je in dat jaar een pensioentekort hebt. Bouw je via je werkgever al een volwaardig pensioen op, dan is je jaarruimte klein of zelfs nul — en dan levert inleggen in een lijfrenteproduct dus geen belastingvoordeel op.
Dit is geen formaliteit. Het pensioen dat je werkgever voor je opbouwt (de zogeheten pensioenaangroei) wordt rechtstreeks van je jaarruimte afgetrokken.
De bedragen voor 2026
Volgens de Belastingdienst-pagina over hoe je je jaarruimte berekent:
| Onderdeel | Bedrag 2026 |
|---|---|
| AOW-franchise (in te bouwen) | € 19.172 |
| Maximuminkomen voor de berekening | € 137.800 |
| Maximale premiegrondslag | € 118.628 |
| Maximale jaarruimte (30% van de premiegrondslag) | € 35.589 |
De maximale premiegrondslag is het maximuminkomen minus de AOW-franchise: € 137.800 − € 19.172 = € 118.628. Daarvan is 30% de maximale jaarruimte: € 35.589.
Let op: dit zijn maxima, geen bedragen die voor jou gelden. Jouw persoonlijke jaarruimte hangt af van je eigen inkomen en je pensioenopbouw.
Hoe de berekening in grote lijnen werkt
- Neem je inkomen van het voorgaande jaar. De jaarruimte voor 2026 wordt berekend op basis van je situatie in 2025.
- Trek daar de AOW-franchise vanaf (€ 19.172 voor 2026). Wat overblijft is je premiegrondslag.
- Neem daarvan 30%.
- Trek af wat je via je werkgever al aan pensioen hebt opgebouwd.
Wat dan overblijft, is je jaarruimte.
Reken het na met de officiële rekenhulp
De Belastingdienst stelt hiervoor een eigen rekenhulp lijfrentepremie vanaf 2016 beschikbaar. Dat is de betrouwbaarste manier om je eigen bedrag te bepalen: de berekening kent uitzonderingen en aanvullende regels — bijvoorbeeld reserveringsruimte, waarmee je niet-gebruikte jaarruimte uit eerdere jaren alsnog kunt benutten — die een vuistregel niet vangt.
Gebruik de bedragen in dit artikel dus om te bepalen of het de moeite waard is om uit te zoeken, niet als eindberekening voor je aangifte.
Waar leg je die jaarruimte vervolgens in?
Jaarruimte gebruik je via een lijfrenteproduct: een lijfrenterekening, lijfrenteverzekering of lijfrentebeleggingsrecht. Het fiscale voordeel is bij elke aanbieder gelijk — dat is immers wetgeving. Waar aanbieders wél in verschillen, zijn de kosten en de beleggingsmix, en juist die kosten tikken over een pensioenhorizon van tientallen jaren stevig door.


